De schapen

 

Het Drents Heideschaap is een vrij klein, rank gebouwd schaap met een lange, sluik afhangende vacht, voorzien van kemp en fijne onderwol en met een lange bewolde staart, die minimaal tot aan de hak reikt. De rammen hebben goed ontwikkelde horens, die ruim spiraliseren en vrij staan van de onderkaak. De ooien zijn horenloos, dragen stikken (korte rechte horentjes) of zijn duidelijk gehorend (iets schuin naar achteren en opzij gericht).

De kop is smal, driehoekig van vorm, met een vlak, niet te hoog neusbeen. De oren zijn vrij kort, stevig en dicht aan de kop geplaatst. De kop- en pootbeharing is mat, soms met een wolhaartoefje op het voorhoofd. Alleen bij zwarte, witte of zwart-wit bonte dieren mag deze beharing matglanzend zijn. Het Drents Heideschaap is een sober schaap met een lange levensduur en een hoge mate van zelfredzaamheid, dat jaarlijks zonder hulp aflammert en haar lammeren grootbrengt. Het karakter van een Drents Heideschaap is attent en gericht op het zelfstandig functioneren in kuddeverband. Bij benadering door vreemden neemt een Drents Heideschaap haar typische statige, alerte, houding aan en richt het haar kop hoog op. Een stampvoeten met haar voorpoten is vanuit het oogpunt van zelfverdediging hierbij een vaak gebruikt dierlijk instinct. Zeer schichtige dieren, gehouden onder als normaal te beschouwen omstandigheden, zijn ongewenst.

 

Het Drents Heideschaap is een ras met een hoge mate van zelfredzaamheid, dat met een minimale (medische) hulp van buitenaf een hoge levensduur kan bereiken. Aan voedsel stelt het -mits in voldoende mate beschikbaar- derhalve weinig bijzondere eisen. Indien het voedselaanbod gedurende het gehele jaar louter uit gewassen met een lage voedingswaarde bestaat, is enige hoogwaardige bijvoedering of mineralenvoorziening wenselijk. ( Bron: NFDH )

Rasstandaard Drents Heideschaap, vastgesteld 12-04-2005. Door de Fokadviescommissie van de N.F.D.H. afdeling Drents Heideschaap.